Weet jij je bestemming?  

Op een mooie dag in juli stapt hij in zijn auto. Rijdend over de snelweg, op weg naar zijn bestemming. Hij neemt zich voor om dit op zijn gemak te doen, rustig rond te kijken en er alle tijd voor te nemen. Auto’s rijden voorbij, de één met heel veel haast en de ander op z’n gemak. Iedere auto merkt hij op en bij iedere auto denkt hij; “Wat zou zijn of haar bestemming eigenlijk zijn? Zou hij of zij weten waar hij of zij naar toe gaat?” En zo rijdt hij dagen, weken, jaren door. Héél druk is hij hiermee. Hij houdt zich alleen maar bezig met anderen. “Waar ga jij heen en wat is de reden dat jij daarheen gaat?”

Totdat hij zich op een dag, tot zijn grote schrik, ineens realiseert dat hij al die km’s heeft gereden zonder zelf te bedenken wat zijn eigen bestemming zou moeten zijn. Waar hij zelf graag naar toe zou willen rijden. En zich eens niet af te vragen waar al de andere weggebruikers naar toe gaan. Oef! Deze komt binnen want nog nooit in zijn leven had hij voor zichzelf een keer bedacht wat hij zelf graag zou willen.

Het wordt drukker en drukker op de snelweg en hij moet goed opletten. Dat valt niet mee want hij moet zich heel geconcentreerd focussen op waar hij zelf mee bezig is. Alles lijkt op hem in te rijden en hij kijkt alleen nog maar in zijn achteruitkijkspiegel. Wat gebeurt er achter me? Wie haalt me in? Wie zie ik niet? Wat moet ik doen om niet in iemands weg te rijden? Hoe rijd ik nou goed zodat niemand last van mij heeft? Hoe doe ik het nou goed?

Zweetdruppels staan op zijn voorhoofd want op deze manier rijdt hij weer vele vele km’s verder. Alles wat naast of voor hem rijdt, is hij uit het zicht verloren. Het enige wat hij doet is naar achteren kijken. Dit gaat niet goed. Uit angst parkeert hij de auto. Waar hij parkeert is hij zichzelf niet zo bewust van. Op een bankje gaat hij zitten en voelt dat het allemaal anders moet gaan worden. “Maar hoe ga ik dat doen? Ik voel het allemaal wel maar ik weet niet hoe!” De angst die hierdoor naar buiten komt maakt dat hij niet terug in die auto wil stappen. Bang om de kans te lopen om wéér in die achteruitkijkspiegel te gaan kijken. En zich zo realiserend dat naar achteren kijken hem geen enkele meter naar voren brengt. Dat hij muurvast staat in het verkeer en hij op deze manier nooit zijn bestemming zal bereiken.

Hij besluit te gaan lopen, vooruit, nadenkend over wat hij wil, wat goed is voor hem. Stap voor stap. Met op zijn rug, zijn zwarte rugtas met zijn bagage. Die hij meedraagt, met liefde en uit liefde. Maar dat het tijd is om het verleden het verleden te laten en opnieuw de wegen te leren kennen. Met als doel; zijn bestemming!

 

Het mooiste wat je kunt worden is jei